Monument voor crew en SOE-agenten van Hudson FK803 MA-N 161 Sqn

Periode: WOII
Type: Monument
Militair of Burger: Militair
Status: Niet beschermd
Datum registratie: 
26/08/2018
Datum gebeurtenis: 
21/03/1945
  • © Frans Van Humbeek, 23 juli 2018© Frans Van Humbeek, 23 juli 2018© Frans Van Humbeek, 23 juli 2018
  • © Frans Van Humbeek, 23 juli 2018© Frans Van Humbeek, 23 juli 2018© Frans Van Humbeek, 23 juli 2018
  • © Frans Van Humbeek, 23 juli 2018© Frans Van Humbeek, 23 juli 2018© Frans Van Humbeek, 23 juli 2018
Locatie: 
Parkeer aan het oud spoorwegstation van Maulusmühle. Volg aan de spoorwegovergang (aan de kant van het gesloten etablissement) te voet de weg die naar het bos loopt. Na ongeveer 500 m zie je aan de linkerkant een eerste bord (‘SRA Monument’) dat naar het monument verwijst. Volg het vrij steile pad voor een wandeling van ongeveer 20 minuten.
Op 21 maart 1945 stortte in Maulusmühle de Hudson IIIA FK803 MA-N neer tijdens de terugkeer van een missie naar Erfurt (Thüringen, Duitsland.)           
 
De Hudson was vertrokken op de basis RAF Tempsford (Bedfordshire-UK), een van de meest geheime vliegvelden van de Tweede Wereldoorlog. Het vliegveld was voorbehouden voor de Royal Air Force Special Duty Service, thuisbasis voor de 138 en 161 Sqn. Hun voornaamste opdracht was de organisatie van sabotagedaden in bezet gebied en steun aan het verzet. Ze brachten voorraden en agenten naar bezet gebied voor de Special Operations Executive (SOE).                 
 
Zes bemanningsleden kwamen om:
Flying Officer Raymond Frankish Escreet (°Withernsea-UK, 3 juni 1922), Flying Officer Henry Scurr Johnson (°Seaburn-UK, 3 mei 1913), Flying Officer Forrest Harold Thompson samen met drie Belgische ‘special agents’ nl. Luitenant Guy Corbisier (°Berchem, 29 juli 1921), Luitenant Léon De Winter (°La Louvière, 6 april 1921) en Jean-Jacques Morel (°Bouillon, 1 mei 1921).
Piloot Flight Lieutenant Terence ‘Terry’ Helfer overleefde het drama.              
 
Het objectief voor het ervaren SOE-Belgisch trio was Erfurt maar omwille van het slechte weer hadden ze het vliegtuig niet kunnen verlaten, ze moesten rechtsomkeer maken. Guy Corbisier was de chef van de missie, codenaam ‘Benedict’, de codenaam van Jean-Jacques Morel was ‘Express’ en deze van Léon De Winter ‘Leader’.
 
Volgens een getuigenis van piloot Helfer was zijn toestel boven Luxemburg getroffen door friendly fire. Hij had de bemanning bevel gegeven om het vliegtuig te verlaten. De Huson explodeerde en Helfer werd uit het toestel geslingerd, hij was de enige overlevende. Na de oorlog bracht een onderzoekscommissie niet meer duidelijkheid. Helfer verliet de RAF met de graad van Wing Commander in 1973. Hij overleed op 27 oktober 2010 in Torquay (Devon-UK).
 
Op de plaats van de crash liggen nog resten van het vliegtuig. Er zijn zes stèles opgericht om de crash blijvend te gedenken. De vader van Guy Corbisier correspondeerde na de oorlog met de familieleden van de Britse slachtoffers. Ze gingen akkoord om hun geliefden hier een blijvende rustplaats te bezorgen, een graf en tegelijk een monument.    
 
Voor meer details lees je best deze artikels van René Torsin:
www.freebelgians.be/articles/articles.php?id=66&cat=4 en BAHA Contact nr 53 (2009) van blz 28 tem 33.
In Contact 11 (1998) en 12 (1998) verschenen artikels van Bart Beckers en Jean-Louis Roba. Volgens het artikel van Jean-Louis was de Hudson het slachtoffer van een Northrop P-61 Black Widow van het 422 Night Fighter Squadron, gebaseerd in Florennes. Jean-Louis heeft in 1998 kunnen praten met familie van Guy Corbisier. Die geloofde altijd dat Guy, niettegenstaande het slechte weer, toch met zijn parachute had kunnen springen boven Erfurt. Volgens getuigen zijn op de plaats van de crash maar vijf lichamen gevonden. Omdat de bergers er van overtuigd waren dat er zes mensen aan boord waren, hebben ze ook zes gedenkstenen opgericht. Omwille van de brand na de crash konden de resten van de lichamen echter niet correct geïdentificeerd worden. Het mysterie blijft dus bestaan.