Graven van RFC en RAF gesneuvelden

Periode: WOI
Type: Begraafplaats
Militair of Burger: Militair
Status: Niet beschermd
Datum registratie: 
01/03/2006
Datum inhuldiging: 
1924
Locatie: 
Cimetière du Sud, Chaussée de Willemeau - CWG

Lokatie

De allereerste Britse vliegeniers die in het gevecht stierven, liggen begraven op de de Cimetière du Sud aan de Chaussée de Willemeau. Groot-Brittannië trok in 1914 ten strijde met zijn Royal Flying Corps. Op het moment dat Duitsland België binnentrok, telde het RFC slechts enkele tientallen vliegtuigen. De Britten zetten ze meteen in om de opmars te stuiten, en opereerden vanop Franse vliegvelden.
Enkele weken na het uitbreken van de oorlog, op 22 augustus 1914, startte op Maubeuge de Avro 504-tweedekker met als serienummer 390. Aan boord zaten twee vliegeniers van het 5 Squadron: 2nd Lieutenant Vincent Waterfall, de piloot, en zijn waarnemer 2nd Lieutenant Charles Georges Gordon Bayly. De Avro scheerde bij Bassily-Enghien over een Duitse kolonne om de samenstelling ervan te rapporteren. De eerste maal gebeurde er niets, de Duitse troepen keken geamuseerd naar dit nieuwe wapen, tot wanneer een hogere officier ontsteld instructies gaf om ernaar te schieten. Honderden geweren vuurden naar het vliegtuig dat vrijwel meteen te pletter stortte. In het wrak vond men de notities van Bayly, die tot op het fatale moment met zijn potlood notities gemaakt had over de Duitse kolonne.
 
De soldaten begroeven de twee slachtoffers langs de kant van de weg. Enkele dagen later werden ze op initiatief van de burgemeester gekist en in zijn persoonlijke familiekelder te Labliau gelegd. Nadien vonden ze hier in Doornik hun laatste rustplaats.
 
Vincent Waterfall en de in Zuid-Afrika geboren Charles Bayly rusten vandaag zij aan zij in de graven III G3 en III G4. Zij zullen nooit geweten hebben dat zij de allereerste oorlogslachtoffers waren die Groot-Brittannië offerde. Er zouden er nog tienduizenden volgen.
 
Niet alleen liggen hier de eerste Britse RFC/RAF-slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog maar waarschijnlijk ook de laatste. 20 Squadron was op dat moment gebaseerd op het vliegveld 'Iris Farm', op het gehucht Clary, ongeveer 15 km ZW van Cambrai in Frankrijk. Piloot 2Lt Alexander William McHardy en de waarnemer Lt William Alexander Rodger maakten deel uit van een formatie van Bristol Fighters die op 10 november 1918, de voorlaatste dag van de Eerste Wereldoorlog, in de omgeving van Charleroi slaags raakten met een groot aantal Duitse Fokker D.VIIs. Twee Britse vliegtuigen werden neergeschoten; de Britten claimden vier Fokkers als neergeschoten. Bij de twee Britse slachtoffers was het vliegtuig van McHardy en Rodger, serial F6195, waarschijnlijk het slachtoffer van Lt Hans von Freden van Jasta 50. Ze waren samen met de andere RAF bemanning van 20 Squadron waarschijnlijk de laatste gedode RAF-piloten en bemanningsleden van de Eerste Wereldoorlog. Ze kwamen neer op het gehucht Martinsart van Froidchapelle en werden er aanvankelijk ook begraven maar later overgebracht naar Doornik. Hun verhaal is in detail beschreven in het boek 'Squadrons et Jastas dans le ciel de la Wallonie occidentale' van Jacques De Ceuninck.
 
Enkele van die haast talloze slachtoffers in de RAF liggen er ook: twee leden van de bemanning van het 59 Squadron die sneuvelde op 18 mei 1940 met de Blenheim IV R3702.