Graf van José Orta

Periode: Voor WOI
Periode: WOI
Periode: Tussen WOI en WOII
Type: Begraafplaats
Militair of Burger: Burger
Status: Niet beschermd
Datum registratie: 
02/07/2015
Datum gebeurtenis: 
07/03/1950
  • © Stéphane Hérin© Stéphane Hérin
Locatie: 
Kerkhof van Belgrade-village, Rue Adolphe Mazy 11, 5001 Namur

José François Marie Jean-Marie Ghislain Orta, geboren te Namen op 26 september 1884.

José Orta en zijn vier jaar jongere broer Tony Orta leerden vliegen bij de Franse vliegschool van Roger Sommer op Sedan-Douzy in 1911. Tijdens deze opleiding raakte José betrokken bij een ongeval op 12 oktober 1911 waarbij hij, volgens de eerste berichten, ernstig gewond raakte. Maar Flight rapporteerde echter enkele weken later dat het al bij al niet zo erg was en dat hij een week later al terug op het vliegveld aanwezig was. Nochtans behaalde José zijn vliegbrevet niet voor het begin van de Eerste Wereldoorlog. Tony echter behaalde op 31 oktober 1911 zijn Belgisch pilootbrevet. Tony Orta zou later een belangrijke rol spelen in de uitbouw van het Sabena-netwerk in Belgisch Congo.

Aan het begin van de Eerste Wereldoorlog meldt José Orta zich aan als vrijwilliger en vormt een bemanning met zijn broer Tony. In mei 1915, na het behalen van zijn militair vliegbrevet, komt hij terecht in een waarnemingssmaldeel waar hij als vaste gezel Onderluitenant Louis de Burlet had. Ze vlogen op Voisin in het 3e Escadrille en later op Farman F.40 in het 4e Escadrille. Op 26 juni 1915 hadden ze een ongeval toen hun Voisin in een hangar terecht kwam bij een noodlanding. Ze kwamen er echter met de schrik vanaf. Samen zouden ze een overwinning behalen op een Duitse tweezitter op 24 juni 1917.

Jean-Baptiste Richard had een concessie bekomen voor de uitbating van een vliegveld te Saint-Hubert. In juni 1925 droeg hij deze concessie over aan José Orta. Hij werd de directeur van het vierde publieke vliegveld van België, vliegveld voorzien van een radiozender (morse) en een meteorologisch waarnemingspost, gelegen op de luchtlijn van Amsterdam over Brussel naar Straatsburg en Bazel. In 1926 begint hij met een vliegschool op Saint-Hubert waar hij gedurende een aantal jaren een contract had om militaire leerling-piloten te trainen voor het behalen van hun burgervliegbrevet, eerste stap om militair piloot te worden. Daarnaast werden in zijn werkplaatsen ook verschillende originele vliegtuigen gebouwd: de Saint-Hubert hoogdekker, ontworpen door ‘Jef’ Guldentops (15 exemplaren gebouwd), en de 135BO, een voor die tijd moderne laagdekker met twee zitplaatsen in tandem (slechts 2 gebouwd) en de SBO motorzwever (ook 2 gebouwd), allebei ontworpen door Ing. Pierre Baudoux. Een derde broer, Franz Orta, eveneens piloot tijdens de Eerste Wereldoorlog, was tijden de jaren twintig piloot bij Sabena in Congo maar kwam omstreeks 1929-1930 terug naar België om chef van de werkplaatsen op Saint-Hubert te worden. In 1931 werden de contracten met de vliegscholen van Saint-Hubert, Gosselies en Antwerpen-Deurne niet meer verlengd. Voor de onderneming van Orta was dat het begin van het einde: het vertrek van Guldentops die de Saint-Hubert in een verbeterde versie als de Saint-Michel ging bouwen en de crisis van begin de jaren dertig deden de rest.

In 1940, op 55-jarige leeftijd, komt José Orta als reservist bij de staf van een luchtafweerregiment terecht. Op 28 mei 1940 wordt hij in Slype krijgsgevangen genomen. Na de Tweede Wereldoorlog droeg hij de concessie voor de uitbating van het vliegveld over aan de Regie der Luchtwegen.

José Orta overleed te Saint-Hubert op 7 maart 1950. Hij is echter begraven op het kerkhof van Belgrade bij Namen.