Graf Sgt Roger De Vrieze - Alouette A-07

Periode: Na 1958
Type: Begraafplaats
Militair of Burger: Militair
Status: Niet beschermd
Datum registratie: 
24/02/2011
Datum gebeurtenis: 
09/06/1961
  • © Gemeentearchief Zingem© Gemeentearchief Zingem© Archief Peter Ziegler
Locatie: 
Begraafplaats Huise, op het gedeelte dat het meeste aanleunt tegen de kant van de bibliotheek en de politie.

Sgt Roger De Vrieze werd op 18 februari 1939 geboren in Mullem. Hij was de zoon en enig kind van Maurits De Vrieze en Julia De Ruyck. Als achttienjarige nam hij dienst als vrijwilliger bij het 18de smaldeel van het Licht Vliegwezen. Op woensdag 7 juni 1961 vertrok hij voor het eerst naar Usumbura (Congo). Twee dagen later vloog hij in de Alouette II A-07 boven het Tanganikameer, het toestel stortte neer in het meer. De piloot kon zich redden maar Sgt De Vrieze kwam om het leven. Hij rust op de begraafplaats van Huise.

Vraag van Hangar Flying (25 februari 2011):
kan iemand de registratie bevestigen?

Info ontvangen van Peter Ziegler (22 februari 2011):
“De helikopter stortte neer in het Tanganikameer op enkele kilometers van de kust. Mijn vader was getuige van de berging. Enkele ervaren duikers vonden het toestel op 40 m. diepte. Sgt De Vrieze had zich niet kunnen bevrijden en bevond zich nog in het wrak. Zijn voorhoofd vertoonde een diepe wonde. Mijn vader (Sgt Ziegler A.) mocht een fotoreportage maken van heel de berging. Maar bij aankomst in de haven van Usumbura moest hij alles moeten afgeven. Hij heeft de film nooit terug gekregen of er ook maar één opname van gezien.”

Dekimpe Chantal (gemeentezaken Zingem, 24 februari 2011):
“In bijlage foto’s van de grafzerk van de heer De Vrieze Hubert die op de begraafplaats van Huise begraven ligt. Hij ligt begraven op het gedeelte dat het meeste aanleunt tegen de kant van de bibliotheek en de politie.”

Onderstaand artikel werd geschreven door Eddy De Buck, met dank aan Gilberta De Stoppeleire, een nicht van Roger De Vrieze, en Peter Ziegler.

Zo jong, Roger De Vrieze, 1939-1961

Roger De Vrieze werd geboren te Mullem op 18 februari 1939 als enige zoon van Maurits en Julia De Ruyck . Maurits en Julia woonden aan de Vijflindendries te Mullem waar in de omgeving nog talrijke familieleden woonden. Maurits en Jullia waren beiden werkzaam in de textielfabriek van Gevaert (later Gevaco) in Oudenaarde. Ze werkten in verschillende ploegen om zo de opvoeding van Roger optimaal te kunnen opvangen.
Jeugd

Roger groeide op zoals iedere kwajongen, liep school in Mullem en daarna de gemeenteschool in Eine, waar hij les volgde tot aan zijn plechtige communie in 1950.Zijn plechtige communie deed hij in Mullem, maar het heilig Vormsel kreeg hij toegediend in de St Eligiuskerk in Eine door Mgr Calewaert, bisschop van Gent. Na de lagere school ging Roger naar de vakschool, eerst naar Oudenaarde en daarna naar Gent. De mogelijkheden in Oudenaarde, met technische opleidingen waren in die tijd nog niet zo uitgebreid als nu, zodat er niets anders opzat dan in Gent nieuwe horizonten op te zoeken om zich te vervolmaken in de mechanica. Roger leefde voor motoren en mechaniek Na zijn opleiding in Gent als technicus wenkte stilaan het beroepsleven. Roger voelde zich aangetrokken tot het leger, waar er veel mogelijkheden waren om met een technische opleiding een boeiende loopbaan op te bouwen.

Beroepsleven
Na het beëindigen van zijn studies nam Roger op 18 jarige leeftijd dienst als beroepsvrijwilliger bij het Belgisch leger. Als technicus werd hij ingelijfd bij het licht vliegwezen (afdeling met lichte vliegtuigen en helicopters) meer bepaald het 18é smaldeel met als thuisbasis Mursbruck ten noordoosten van Aken (Duitsland) . Eerst volgde wel de traditionele opleiding die elke milicien of beroepsvrijwilliger moest ondergaan. Het vliegplein van Mursbruck was tijdens WOII de aangewezen uitvalsbasis voor de Duitse Luftwaffe om hun Blitzkrieg in Belgie te starten. Na WOII werd het bezet door de Belgen en werd het de thuisbasis van het 18e smaldeel licht vliegwezen. Het licht vliegwezen vloog met Piper vliegtuigen die verkenningsopdrachten uitvoerden. Er waren ook helikopters van het type Alouette. De Alouette helikopters waren van Franse makelij, en oorspronkelijk ontworpen voor de landbouw, doch al spoedig volgde een militaire versie, die gebruikt werd voor verkenningsopdrachten en reddingsoperaties (meestal in de bergen). De Alouette II was een driezitter en vloog voor het eerst in 1955.
Roger deed het onderhoud en herstellingen aan zowel de vliegtuigen, als de helicopters, maar vloog ook regelmatig mee als boordmecanicien. Tijdens zijn verlof in België, had hij Monique leren kennen, maar Monique zag een lang verblijf in Duitsland niet echt zitten. Daardoor kon ze Roger overtuigen aan een examen mee te doen bij de Rijkswacht, wat Roger dan ook deed. Ondertussen bleef hij echter beroepsmilitair in Mursbruck.

Ruanda-Urundi
Eind de jaren vijftig, begin zestig (tijdens de legerdienst van Roger) was er veel onrust in de Belgische kolonie Congo. Congo was sinds het koningschap van Leopold II een Belgische kolonie samen met het buurland Ruanda-Urundi . Leopold II was eerst alleen eigenaar van Congo, maar schonk het daarna aan de Belgische Staat. Vele Belgen trokken naar dit grote land in Midden-Afrika op zoek naar rijkdom en avontuur. Uiteraard was ook het Belgisch Leger in de kolonie actief. Op 30 juni 1960 werd Congo na heel wat geweld onafhankelijk. Patrice Lumumba werd eerste minister en vormde een regering. De strijd om de macht begon nu pas goed. Patrice Lumumba werd op 18 Januari 1961 vermoord. De Belgische regering stuurde para’s om onze landgenoten te ontzetten en veilig naar België terug te sturen. Hoe komt nu Roger De Vrieze in dit stuk voor? Wel, heel eenvoudig. De lokroep naar avontuur en het onbekende trok Roger erg aan. Roger had al verscheidene pogingen ondernomen om naar de Congo te gaan, maar hij stuitte altijd op een nee van zijn vader. In die tijd moest je 21 jaar zijn om zelf te mogen beslissen. Vader Maurits wilde niet dat Roger naar dat onrustig gebied vertrok, waar al soldaten gesneuveld waren. Zeer tegen de zin van zijn vader tekende Roger toch om deze buitenlandse missie te aanvaarden daar hij ondertussen 21 jaar was geworden. Zijn ouders en zijn verloofde, zagen Roger met lede ogen voor enkele maanden naar dat grote onbekende land vertrekken. Die bewuste dag, toen Roger al vertrokken was, bracht de postbode de brief met de bevestiging dat hij geslaagd was voor het examen bij de Rijkswacht.

Vertrek naar Usumbura
Na afscheid genomen te hebben van de familie vertrok Roger op 7 juni 1961 naar Evere om zijn eenheid te vervoegen. Vanuit Evere vertrokken de soldaten met een DC-6 richting Usumbura. We laten Roger nu zelf postuum aan het woord via de eerste, en tevens de laatste brief die Roger aan zijn ouders schreef.

Beste Ouders,
Vlug zal ik uw ongerustheid en bezorgdheid doen vergeten. Ik ben goed en wel in Usumbura aangekomen na een lange en vervelende reis met een DC-6. Zodus, dinsdagmorgen 6 juni hebt ge me zien vertrekken, en jullie beiden dachten, zou hij nog terugkomen, zal hij goed toekomen, heeft hij niets vergeten en zo meer. Misschien hebt ge nog nooit in zo’n toestand verkeerd wat mij betreft. Na de laatste inlichtingen te hebben gekregen in de kazerne, zijn we met een autobus naar Evere-Melsbroek vertrokken. Daar werd afscheid genomen van vrouw en kinderen en liefjes. Om 14h stegen wij op met 60 man van alle eenheden. Voor velen was het reeds de 2de, 3de of 4de keer dat ze naar Congo vertrokken. We waren op weg voor een reis van 20 uur. We vlogen op 5000m hoogte. Na een vlucht van 4uur landde het vliegtuig in Algiers. Het was daar al behoorlijk warm, en op de luchthaven kregen we drinken. Om 19h20 stegen we terug op richting Cano (Nigeria) voor een vlucht van 7uur. Dat is een Engelse kolonie. Daar kregen we ook te drinken en daar voelde ik reeds de drukkende hitte en vochtigheid. Het was daar 40 graden midden in de nacht. In de verte hoorde de geluiden van wilde beesten. Om 3h20 terug het vliegtuig in voor de laatste etappe. Om 7h, na wat slapen, was het reeds klaar aan het worden. Door de raampjes zagen we niets anders dan de brousse en hier en daar hutten van de negerdorpen doorkruist met rode aarden wegen. Toen het vliegtuig begon te dalen zagen we nijlpaarden en krokodillen in het water schieten door het hels lawaai van het vliegtuig. Eindelijk stonden we op de grond. Op het vliegveld werden we verwelkomd door onze kameraden die wij kwamen aflossen. Wij werden naar onze eenheid gebracht in Corure. Daar logeerden we in een mooie villa, op 15 km van het vliegplein. We slapen met 2 in een kamer. Mijn kamergenoot is een jongen uit Ieper. In onze villa is een neger (boy) die alles onderhoudt. In totaal zijn we met 6 mecaniekers en 7 piloten, waarvan 3 officieren. Op het vliegveld zijn 5 Pipers (vliegtuigen) en 3 helikopters. Onze vliegtuigen staan buiten onder een zeil om ons te beschermen tegen de loden zon…….. Hier eindigt de brief, hij is nooit afgeraakt en nooit verzonden.

9 juni 1961
Die bewuste 9de juni vertrekt Roger als boordmecanicien met de Alouette II A07, de piloot is cmd Beukenhout. De routinevlucht boven het uitgestrekte Tanganikameer is nog niet ver als de helikopter in moeilijkheden komt. De heli verliest snel hoogte en raakt het wateroppervlak. Piloot Beukenhout kan de deur openen en zich bevrijden. Hij doet nog verwoedde pogingen om Roger die gekneld zit te bevrijden maar de heli zinkt als een steen naar de diepte. Met veel moeite weet piloot Beukenhout zich te redden.
Roger is reddeloos verloren en sterft de verdrinkingsdood, amper 2 dagen na zijn aankomst. Onmiddellijk wordt een zoekactie op touw gezet om het wrak van de Alouette te vinden. Na een tijdje kon men het wrak lokaliseren op 40m diepte. De berging kon beginnen. De Alouette II A07 (waar vroeger nog nooit problemen mee waren geweest) werd naar boven gehesen met het levenloze lichaam van Roger aan boord. Zijn hoofd vertoont een grote diepe wonde. Was hij reeds bewusteloos toen de heli zonk? Was het een ongeval? Was het een technisch defect? Was het een menselijke fout? Waren ze verblind door de zon? Wie zal het zeggen. Roger stierf op 22 jarige leeftijd in bevolen dienst.

Thuisfront
Een paar dagen na het ongeval kwam een jeep van het leger met officieren aan boord naar de Vijflindendries in Mullem bij Maurits De Vrieze met de droeve melding dat Roger vermist was. Moeder Julia rende in alle staten naar de buren (tevens familie) om het vreselijke nieuws te melden. Vader Maurits was op zijn werk in Oudenaarde en werd daar op de hoogte gebracht door een familielid. “Onze Roger is dood “ krijste Julia, “maar ze willen het mij niet zeggen”. En inderdaad, enkele dagen later(toen het wrak gevonden was) kwam de bevestiging van Roger’s overlijden. Behalve de familie was ook de rest van Mullem in een diepe rouw gedompeld door deze tragische gebeurtenis.

Begrafenis
In Usumbura werd een zielendienst gehouden voor Roger, waarna de loden kist op een legertruck werd geladen richting luchthaven. De kist met het levenloze lichaam van Roger werd teruggevlogen naar België. De Vijflindendries bevindt zich in Mullem, maar door een oude wet, waarschijnlijk nog daterend uit de tijd van Napoleon (waar kerk en staat sterk gescheiden waren), viel de Vijflindendries onder kerkelijk gezag. De begrafenis, met militaire eer, gebeurde dan ook in de St.Pieter en Urbanus kerk van Huise en vond plaats op 21 juni om 9h30. De begrafenisstoet kwam te voet van Mullem naar Huise met soldaten, officieren en een zee van volk. E.H. pastoor Jozef Buckens en onderpastoor Yuttendaele verzorgden de uitvaartplechtigheid en begeleidden Roger naar zijn laatste rustplaats aan de achterzijde van de kerk . Commandant Beukenhout die de heli bestuurde schreef een brief naar de ouders van Roger om zijn medeleven, en zijn diepe spijt te betuigen. “ De heli zonk bijna onmiddellijk, en ikzelf slaagde er ternauwernood in mijn hachje te redden” aldus commandant Beukenhout.
Vader Maurits en moeder Julia bleven op de Vijflindendries wonen en verwerkten de dood van hun enige zoon elk op hun manier. Maurits overleed op 14-05-1975 en Julia op 16-12-1992.

Roger was pas 22jaar toen hij stierf, een pril leven met nog een vat vol toekomstdromen was reeds voorbij voor het amper goed en wel begonnen was. Hij was jong, zo jong, eeuwig jong.

Eddy De Buck, met dank aan Gilberte De Stoppeleire en Peter Ziegler.