Graf RAF Tail gunner Georges Bechoux

Periode: WOII
Type: Begraafplaats
Militair of Burger: Militair
Status: Niet beschermd
Datum registratie: 
28/03/2017
Datum gebeurtenis: 
01/07/1966
  • (© Archief Rik Verhelle)(© Archief Rik Verhelle)(© Foto Rik Verhelle)
Locatie: 
Begraafplaats Robermont, Rue de Herve Militair ereperk van de begraafplaats Robermont, perceel 161, rij 7, graf 10.
Informatie Rik Verhelle (19 maart 2017):
Georges Alexandre Gilles Bechoux werd geboren op 8 december 1909 in Bois-et-Borsu (Provincie Luik.) Hij werd opgeroepen in december 1929 om zijn legerdienst te vervullen als dienstplichtige bij het 12e Linie Regiment te Luik, en bleef op de wervingsreserve staan na zijn demobilisatie.            
Vóór het uitbreken van de oorlog werkte hij als elektricien-mekanieker te Seraing. Hij was getrouwd met Marie Lardot en vader van een zoon.            
 
Bij het begin van de oorlog in mei 1940 werd hij opnieuw onder de wapens geroepen. Hij maakte de 18-Daagse Veldtocht mee, en werd na de capitulatie van België gedemobiliseerd op 29 mei 1940.
Aansluitend werd hij een actief lid van de Weerstand in de streek van Luik. Na een sabotageactie op 19 juli 1941 waarbij elektriciteitspylonen en een centrale vernield werden te Rotheux-Rimière, werd hij met andere kompanen ingerekend door de Gestapo en opgesloten in de Citadelle te Luik.              
 
Acht man, waaronder Georges Bechoux, werden op 27 augustus 1941 ter dood veroordeeld. De straf werd echter omgezet in voorwaardelijk, en de veroordeelden kregen het statuut van gijzelaars die zouden geëxecuteerd worden van zodra er nieuwe sabotagedaden zouden gepleegd worden. Op 15 december 1941 gingen twee van deze gijzelaars voor het vuurpeloton nadat een nieuwe sabotagedaad uitgevoerd werd.            
 
Op 20 januari 1942 slaagde Georges Bechoux erin, samen met nog twee ter dood veroordeelden, te ontsnappen uit de Citadel te Luik. Na een tocht doorheen Frankrijk en Spanje bereikte hij Engeland op 12 juli 1242, waarna hij zich aanmeldde bij de Belgische sectie bij de Royal Air Force. Hij werd opgeleid tot air gunner, en inmiddels bevorderd tot Flying Officer vervoegde hij op 18 augustus 1944 het Britse 103 Squadron van Bomber Command. Zijn thuisbases was Elsham Wolds.
 
Tussen begin september en het einde van het jaar 1944 volbracht hij in de schoot van deze eenheid een volledige tour-of-duty (30 bombardementsopdrachten) in de functie van tail gunner op Lancaster bommenwerpers. De piloot van deze crew was trouwens ook een Belg, Flight Lieutenant Louis Joseph Camille Remy DFC. (Remy bleef na de oorlog in de Belgische Luchtmacht en werd Brigade-generaal). Na deze opdracht werd hij begin 1945 aangeduid als instructeur in een gunnery 
school.  Hij werd in oktober 1945 bevorderd tot Flight Lieutenant in de RAF. In april 1946 werd hij aangeduid voor de Belgian Traing School, en op 1 maart 1947 werd hij gedemobiliseerd.
 
Hij keerde terug naar het burgerleven en hield gedurende enkele jaren een café open op de Place Kuborn te Seraing met de naam “Au Lancaster.” Hijzelf raakte echter sterk aan de drank verslaafd, zijn zaak en familie gingen teloor, en hij vestigde zich nadien in Luik waar hij overleed op 1 juli 1966.
 
Bronnen: Contact met zijn inmiddels overleden nicht, en met 103 Sqn RAF.