Graf F/Lt L.F.W. Smith

Periode: WOI
Type: Begraafplaats
Militair of Burger: Militair
Status: Beschermd
Datum registratie: 
04/05/2008
Datum gebeurtenis: 
13/06/1917
  • © Rudy Van Kerckhoven, 23/06/2006© Rudy Van Kerckhoven, 23/06/2006
Locatie: 
Kerkhof - CWG

Met toestemming van Joël Boussemaere, oprichter en redactielid van de heemkundige kring Heemstede (www.heemstede.be), mochten we dit artikel overnemen dat eerder in hun tijdschrift verscheen. Auteur Roland Verté deed zeer uitgebreid onderzoek over Langley Frank Willard Smith. De beelden uit het artikel zijn niet overgenomen.
Het is een lovenswaardig initiatief van Heemstede om blijvend aandacht te besteden aan de laatste rustplaats van Langley Smith.
Merk in de tekst dat er twijfels zijn over de datum van overlijden.

Langley Frank Willard SMITH
Philipsburg 15 augustus 1897- Houtave 13 juni 1917

Voorwoord

De verre voorouders van Langley F.W. SMITH waren Engelsen die circa 1636/37 naar Amerika emigreerden. Ze vestigden zich in Wethersfield, Hartford, Connecticut, Amerika. Later verhuisde er een tak naar Philipsburg, Quebec, Canada. In Philipsburg lagen de roots van Langley.

Generatie 12

De verst teruggevonden voorvader van Langley was een zekere John Herrice SMITH, geboren in het jaar 1542 in het het plaatsje Withcock (Withcote) vallende onder het graafschap Leicester in Engeland.
John huwde in het jaar 1566 -in zijn geboorteplaats- met Dorothy CAVE. Dorothy werd geboren in Stanford vallende onder het graafschap van Northumberland.
Er was een zoon Erasmus Ambrose SMITH.

Generatie 11

Erasmus Ambrose SMITH werd in het jaar 1561 te Withcock geboren. Hij overleed aldaar in 1584.
Erasmus huwde met Margaret CECIL, dochter van William.
Margaret werd circa 1562 in Leicester vallende onder het graafschap van Leicester, geboren.
Er was een zoon Henry.

Generatie 10

Henry SMITH werd in het jaar 1600 (of was het 1588?) in Norwich, vallende onder het graafschap Norfolk-Engeland, geboren. Hij overleed op 9 augustus 1648, in Wethersfield, Hartford, Connecticut, USA.
Henry en Dorothy COTTON huwden in 1632 te Wethersfield, Glastonbury, Hartfort (sic).
Dorothy, zijn tweede echtgenote, werd circa 1603 in hetzelfde Norwich geboren.

Circa 1636-37 vertrok de familie naar Amerika. Gedurende de overtocht werd er een zoon geboren, die door de ongebruikelijke omstandigheden “Preserved” genoemd werd. De familie vestigde zich te Wethersfield, Hartford, Connecticut, USA, alwaar er nog 5 kinderen geboren werden o.a. de hierna genoemde Samuel SMITH.

Henri en Dorothy werden in 5 oktober 1637 toegelaten tot de “the first congregational church of Charlestown, Massachusetts.” Hij was de eerste predikant in Wethersfield, alwaar hij in 1641 geïnstalleerd werd. Henri overleed in 1648. Dorothy hertrouwde met Mr. RUSSELL, in 1650. De familie RUSSELL-COTTON, en met hen een groot deel van de kerkgemeenschap, verhuisde in 1659 naar Hadley, Massachusetts.
Dorothy overleed 1694, Hadley, Hampshire Massachusetts.

Generatie 9

Samuel SMITH werd circa 1637-1638 in Wethersfield geboren. Samuel overleed op 10 september 1703 in Hadley, Hampshire, Massachusetts.
Samuel en Mary ENSIGN huwden in april 1662 te Northampton, Hampshire, USA.
Mary werd op 1 augustus 1649 te Northampton, Hampshire, Massachusetts, geboren. Mary was de dochter van James. James was een van de eerste immigranten in Hartford.
Mary overleed te Suffield op 1 juli 1723.

Het koppel settelde zich in Northampton Massachusetts. Om voor zijn oude moeder te zorgen keerde hij circa 1680 terug naar Hadley. Van het koppel zijn 8 kinderen gekend, o.a. een Ebenezer.

Generatie 8

Ebenezer SMITH werd in 1668 geboren. Ebenezer overleed op 15 september 1728.
Ebenezer huwde circa 1693 met Sarah HUXLEY, dochter van Thomas. Sarah was de weduwe van James BARLOW.

De kinderen van Ebenezer zorgden voor een rijk nageslacht Suffield- en Mississippi-SMITH’S. Van Ebenezer zijn er een 9-tal kinderen gekend, o.a. een zoon Jonathan.

Generatie 7

Jonathan SMITH werd op 1 augustus 1705 (USA) geboren. Jonathan overleed te Suffield, Hartford, Connecticut in 1743.
Jonathan en Susanna JOHNSON huwden te Suffield voor de kerk op 28 december 1727.
Susanna werd op 9 juni 1706 te Suffolk Massachusetts geboren. Susanna, 32 jaar oud, overleed in Suffield op 30 november 1738.
Er was oa. een zoon Charles.

Generatie 6

Charles SMITH werd op 5 februari 1730 te Hartford, USA, geboren. Charles overleed in 1804 te Washington, Orange, Vermont, USA.
Charles (19 jaar oud) en Bersheba BARTHOLOMEW (°1730) huwden voor de kerk op 31 januari 1750, te Litchfield, Connecticut.

Er was oa. een zoon Daniel B.

Generatie 5

Daniel B. SMITH werd op 9 september 1768 te Orleans, USA, geboren. Daniel, 56 jaar oud, overleed op 2 september 1825 te Brownington, Orleans, Vermont, USA.
Daniel (27 jaar oud) en Thankfull WILLARD (°1772) huwden op 11 februari 1796 te Tinmouth, Rutland, Vermont, USA.

Het koppel moet een tijdje in Canada verbleven hebben want hun zoon William Willard werd in Philipsburg Canada geboren.

Philipsburg ligt in Canada, 2 km ten noorden van de grens met de USA. Het ligt ten zuidzuidoosten van Montreal.

Generatie 4

William Willard SMITH werd op 22 juli 1809 te Philipsburg geboren. William overleed te Philipsburg op 17 juli 1879.
William (27 jaar oud) en Amanda M. SMITH (24 jaar) huwden in Philipsburg op 5 oktober 1836.
Amanda werd op 2 november 1811 te Philipsburg geboren. Amanda overleed in 1878 te Philipsburg.

Bronnen kunnen nogal eens verschillen: eens schreef men dat Amanda de overlijdensakte van haar echtgenoot had ondertekend, terwijl andere bronnen vermelden dat Amanda vóór haar echtgenoot overleden was !

Generatie 3

William Arthur SMITH werd in 1838 te Philipsburg-Canada geboren. William overleed aldaar op 28 april 1882. William was fabrikant van beroep.
William en Mary Wait SPRAGUE huwden in 1862.
Mary werd in 1839 te Greenfield, Canada geboren. Mary overleed te Montreal, Canada in 1869.
William en Henrietta Grace MILLS huwden te Montreal op 3 maart 1879. Henrietta, geboren in circa 1846, was spinster van beroep. Henrietta was de twee echtgenote van William.

Bij de census (volkstelling) van 1891 woonde Henrietta MILLS in Montreal-west, District 172, provincie Quebec:
-Henrietta MILLS, stond er ingeschreven als Etta SMITH, 45 jaar, weduwe, geboren in Engeland,
-Frank Willard SMITH, 20 jaar, zoon, geboren in Quebec,
-Thomas F. SMITH, 18 jaar, geboren in Quebec. Volgens de census van 1921 was Thomas (°1873) gehuwd met Mathilda LARIVIERE. Er werden geen inwonende kinderen vermeld,
-Robert MILLS, 74 jaar, weduwnaar, geboren in Engeland,
-Kate D. MILLS, 30 jaar, geboren in Engeland.
Al deze familieleden waren lid van de “Church of England”.

Generatie 2

Frank Willard SMITH werd op 29 augustus 1871 te Quebec geboren. Hij was de zoon van William SMITH bij Henrietta MILLS.
Florence Whitlaw BOND werd op 15 december 1874 te Quebec geboren.
Frank en Florence huwden in 1895 te Montreal-Canada.

Bij de census (Canada) van 1901 bestond de familie uit Frank Willard SMITH (29 jaar), moeder Florence W. SMITH (26 jaar), zoon Langley SMITH (3 jaar). Mede-inwoners waren Mary SULLIVAN (57 jaar) en Jenney RILLEY (22 jaar).

Bij de census van 1911 bestond de familie uit vader Frank Willard SMITH (39 jaar), moeder Florence SMITH (38 jaar) en zoon Langley SMITH (13 jaar). Frank Willard SMITH was verzekeringsagent van beroep.

Bij deze tellingen werden de gehuwde vrouwen onder de naam van hun echtgenoot ingeschreven. Florence BOND werd dus ingeschreven als Florence SMITH. Dit maakte het opzoeken naar de afstamming van Langley er niet gemakkelijker op.

Hun enig kind was Langley Frank Willard SMITH.

Generatie 1

Langley Frank Willard SMITH werd op 15 augustus 1897 te Philipsburg, Quebec, Canada, geboren. Langley werd aldaar voor de Anglicaanse kerk gedoopt.
Langley was de zoon van Frank Willard SMITH bij Florence Whitlaw BOND. Hij verloor zijn moeder op jonge leeftijd en werd grootgebracht bij zijn grootmoeder.

Langley werd eerst opgevoed in St. Louis Missouri van 1904 tot 1907, in New York City van 1907 tot 1909. Vervolgens verhuisde Langley terug naar Canada om school te lopen in het St. Andrew’s college te Toronto van 1909 tot 1912. Hij verbleef zeker tot 1914 in Toronto. Hij stelde zich op 17 januari 1916 kandidaat voor Royal Naval Aviation Service, afgekort RNAS, mits hij een vliegbrevet zou behalen. Daarom liep hij school in de Thomas School te St. Augustine in Florida. Toen deze vliegschool, wegens omstandigheden, sloot, vervoegde hij de Curtiss School in Newport New Virginia en behaalde er op 5 juli 1916 het ACA certificate nr. 521.

St. Andrew’s College
(Bron: St. Andrew’s college review).

Langley F.W. SMITH kwam naar St. Andrew-college in januari 1910 en volgde de tweede klas. In februari 1912 verliet hij de vierde klas en vertrok voor enkele maanden naar Philadelphia. In oktober 1915 volgde hij een vliegopleiding. In februari 1916 behaalde hij zijn licentie van onderluitenant in de Royal Navel Air Service. Enige tijd nadien werd hij naar Frankrijk gestuurd. Op 15 juni 1917 werd er gerapporteerd dat Langley vermist was, later als “prisoner of War in Germany”. Op 16 oktober 1917 bevestigde de admiraliteit de dood van Langley.
In november 1917 verklaarde een medepiloot dat Langley, na het uitvoeren van een raid op Engeland, bij de terugvlucht, er een vleugel van Langleys toestel afgeschoten werd en dat het toestel achter de Duitse linies neergestort was. Een Duits officieel rapport bevestigde de dood van Langley.

De opleiding

Zijn eerste opleiding als piloot kreeg hij in de Thomas school in St. Augustine, Florida. Bij deze opleiding deed zich een zwaar ongeval voor, want hij werd door een draaiende propeller aan het hoofd geraakt. Langley overleefde het ongeval en vervolgde zijn opleiding in Newport, New Virginia. Hij slaagde in de opleiding en kreeg op 29 juni 1916 een Amerikaans vliegcertificaat, met volgnummer 521. Langley werd opgevoed bij zijn grootmoeder Etta SMITH. Etta was afkomstig van Engeland en misschien was dit wel de reden waarom Langley naar Engeland trok om er zijn pilotenopleiding af te maken. Na deze opleiding kreeg hij op 11 december 1916 het “ Royal aero club ticket” n° 3988.

Langley was tevens houder van het speciaal Royal Aero certificaat, nr. 11 voor een cross countryvlucht van Chingford naar Eastchurch. Te Chingford maakte hij naam als een zeer goede piloot.

Figuur 1: let op nationaliteit & overlijdensdatum

Na zijn volledige opleiding als piloot werd hij op 17 april 1917 toegevoegd aan het 4de Naval Eskadron, met als basis Brayduinen (F-Bray-Dunes). Zijn eerste vlucht was op 28 april en twee dagen later brengt zijn pilotenopleiding reeds vruchten op want hij claimt het neerschieten van een Duits vliegtuig. Dit vliegtuig van het type Albratros Scout haalde hij uit de lucht ten oosten van Nieuwpoort. Op 25 mei neutraliseerde hij boven zee een Gotha. Dit succes moest hij delen met zijn medepiloten A.J. CHADWICK, C.H.T. ROUSE en E.W. BUSBY. Zijn laatste, en achtste succes, behaalde hij op 6 juni. Bij al deze successen vloog hij met een Sopwith Pup.
Langley was een agressieve piloot, en vol zelfvertrouwen viel hij de vijand aan. Daarbij ging hij tot het uiterste. Het zou kunnen dat door het overleven van het vliegtuigongeval in Florida, Langley het gevoel kreeg dat hij onoverwinnelijk was.
Na een tijdje kreeg het 4de Naval eskadron nieuwe vliegtuigen van het type Sopwith Camel. Het waren betere toestellen dan de vorige Sopwith Pup’s. Deze Camels waren eigenlijk toestellen die goed samengingen met het stijl van vliegen van Langley.

De acht overwinningen

Langley haalde 2 luchtballons en 6 vliegtuigen uit de lucht:

-30 april, een Albatros D II, nabij Nieuwpoort,
-9 mei, een luchtballon, nabij Gistel,
-9 mei, een tweezitter, nabij Gistel,
-12 mei, een Albatros D III, nabij Zeebrugge,
-25 mei, een Gotha G, nabij Westende,
-5 juni, een luchtballon, nabij Oostende,
-6 juni, aan Albatros D V, nabij Handzame,
-6 juni, een Albatros D V, nabij Handzame.

E.H. Emiel Calmeyn, Houtave, 1911-1924

Wanneer men de notities van de lokale pastoors, met betrekking tot WO1, natrekt, dan valt het op dat de pastoor van Houtave een verdienstelijk man was, want hij hield een zeer gedetailleerd dagboek bij. In de parochie mocht er niets gebeuren of hij had het genoteerd, zoals oa. het komen en gaan en Duitse troepen, met de namen van hun commandanten, het regiment/bataljon waartoe ze behoorden, en vele andere feiten meer. Dit alles was maar mogelijk door de legeractiviteiten in Houtave goed in de gaten te houden. Men zou hem als een spion voor eigen rekening kunnen bestempelen. Eigenlijk zou men hem de “Rudy VRANCKX avant la lettre” kunnen noemen.

Het zou dus niet te verwonderen zijn dat hij bij een of ander oorlogslawaai op de uitkijk ging staan om het oorlogsgebeuren gade te slaan. Niet van op de kerktoren, daar had hij geen recht van toegang, maar vanuit de pastorie of zijn tuin waar hij een goed overzicht had op hetgene dat zich ten noorden van Houtave afspeelde. Het is goed mogelijk dat hij het luchtgevecht zoals hij beschrijft, met eigen ogen gezien heeft.

E.H. CALMEYN werd in 1911 tot pastoor van Houtave aangesteld en was dus in 1917 reeds 6 jaar op de parochie aanwezig en kende als dorpsherder het reilen en zeilen van zijn schaapjes. Hij wist dus zeer goed waar ze woonden en werkten. En als hij schreef dat het vliegtuig van Langhley SMITH neerstortte in de weide van de familie Henri DEMUYNCK-VERMEERSCH dan zal dat voor 100% kloppen. Moest het vliegtuig van SMITH in Vlissegem neergestort zijn, dan zou SMITH niet in Houtave begraven geweest zijn maar wel in Vlissegem, en zouden de Duitsers de pastoor van Vlissegem geraadpleegd hebben, en niet deze van Houtave. Pastoors waren tenslotte mensen die gestudeerd hadden en meestal goed onderlegd in talen waren.

Het Liber Memorialis,--*1

Parochieherder Emiel CALMEYN noteerde in zijn Liber Memorialis het volgende:

Woensd(ag) 13 juni 1917.
“Den woensdag deze week valt hier in eenen luchtkamp de Canadeesche vlieger SMITH, gehecht aan den luchtvaartdienst van het Belgisch Leger. Hij wordt hier den vryd(ag) namiddag 15en juni begraven. Zie register der overlydens 13 juni 1917”.

De transcriptie

“Ten jare 1917, tijdens den wereldoorlog & de bezetting van België door het Duitsche leger, is hier, den Woensdag 13 juni, rond 2 u(ur) namiddag D(uitse) T(ijd) haastig overleden, met zyn vliegtuig van een zeer aanzienlijke hoogte in de weiden van Hendrik DEMUYNCK - VERMEERSCH neergestort, een vreemde officier, luidens de schriften op hem bevonden & op verzoek der Duitsche overheid & in hare tegenwoordigheid door mij uit het Engelsch vertaald: bij naam Langley F.W. SMITH by geboorte & woonst Canadees; bij beroep, Lieutenant bij den Koninklijken Engelschen Luchtvaartdienst; bij tijdelijke zending, gehecht aan den Luchtvaartdienst van het Belgisch leger & voorzien van eene toelating (laisser passer) ter vlucht, voor het gebied der krijgsbewegingen in België, geldig van 1 tot 30 juni, geteekend door den Belgischen Generaal DEGIN &, na iedere vlucht, in te dienen te Duinkerke. Hij wierd hier, op bevel der Duitsche overheid, begraven op het Gemeente Kerkhof, achter de kapel van Sint-Livinus ommegang den vrijdag 15 juni, om 4 u(ur) namiddag, D(uitse) T(ijd)”.

Het had bvb. kunnen zijn dat de piloot op 12 juni neergestort was en pas de dag nadien overleed. Maar de pastoor vermeldde een haastig overlijden, dus Langley overleed kort na het neerstorten van zijn toestel.

In de rekeningen van de kerkfabriek van de parochie Bavo & Machutus, van de jaren 1917 en 1918, was er in de rubriek “buitengewone uitgaven”, geen enkele verwijzing naar eventuele onkosten betreffende de begrafenis van Langley.

Uur van overlijden

Gedurende de oorlog voerden de Duitsers hun eigen uurregeling in (--*2). Zo werd sedert einde 1914 de Duitse middel-Europese tijd ingevoerd. Dit was één uur vóór het Belgisch uur. In 1916 en ook in 1917 hield men er een andere uurregeling op na.
Dit was nodig om misverstanden met de heimat te vermijden. Voor 1917 werd de D.T. ingevoerd vanaf 4 april.
Dit kwam er op neer dat men bij ons de klok 2 uur vooruit moest draaien. Daar het toestel van Langley uit de lucht gevallen was om 2 uur namiddag Duitse Tijd, betekende dit in lokale tijd 12 uur van de middag. Dus: Langley die op slag dood was overleed rond 12 uur middag.

Henri Demuynck

In 1917 wist iedereen de familie Hendrik DEMUYNCK-VERMEERSCH wonen, maar honderd jaar later is deze woonplaats uit het collectief geheugen verdwenen.

In de gemeente Houtave woonden in de zelfde periode twee naamgenoten Henri DE MUYNCK. Beiden waren landbouwers:
-Henri-1 DEMUYNCK & Judith VANDE CASTEELE,
-Henri-2 DEMUYNCK & Emerentia VERMEERSCH.

Om verwarring te vermijden werd meestal, toch in de officiële documenten, de familienaam van de echtgenote mee vermeld.

Woonplaats Demuynck- Vande Casteele.

In 1891 verhuisden Constant DEMUYNCK (°Koolkerke 1837) en echtgenote Rosalia MONBALIU (°Dudzele, 1836), met hun kinderen, van Koolkerke naar Houtave. Deze kinderen waren Louis (°1868), Karel (°1869), Leopold (°1870) en Henri Joseph, (°Koolkerke, 1871). De familie betrok er de hofstede het Groot Middelhof. Deze hofstede was eigendom van de familie DE BETHUNE, Marke.

De jongste zoon Henri DEMUYNCK huwde met Judith VANDE CASTEELE en volgde zijn vader op en werd aldus de nieuwe pachter op Het Groot Middelhof. Anno 2017 wordt deze hofstede uitgebaat door de familie Johan DEWULF-Veerle BREEMERSCH.

Woonplaats Demuynck-Vermeersch.

De familie DEMUYNCK-VERMEERSCH verhuisde van Oostkamp naar Houtave en woonde in Houtave respectievelijk langs de Langedorpweg, op de hofstede Klein Middelhof en tenslotte op de hofstede Ter Nieuwer Stede. Maar op welke hofstede de familie in 1917 woonde, was in eerste instantie niet te vinden. Waar de familie woonde is in principe vrij simpel terug te vinden. Men moet enkel het gepaste register van bevolking raadplegen om te weten wie waar woonde. Helaas ontbreekt het gepaste bevolkingsregister waarin de naamgenoten DEMUYNCK ingeschreven stonden. Dus was raadplegen van andere archiefstukken noodzakelijk.

Toen Henri DEMUYNCK met echtgenote Emerentia VERMEERSCH, en hun kinderen, naar Houtave kwamen, betrokken ze met Bavo 1901 een hofstede in Houtave. Deze kinderen waren Emma, Emelie, Leon, Gustaaf, Maurits, Sophia en Magdalena.
In Houtave werden er nog enkele kinderen geboren, nl. Petrus (°1902 - +1903), Emiel Jules (°1904), Germaine (°1905 - +1907) en Rachel Agnes Celestina (°1906).

In de geboorteakte van Rachel Agnes Celestina DEMUYNCK stond dat de familie langs de Langedorpweg woonde in het huis nr. 2, wat meteen duidelijk maakte waar de familie in 1906 gehuisvest was.

In het eerste huis langs de Langedorpweg woonde anno 1900 de familie Medard VANDEN BERGHE-Rosalia VAN HAECKE Ze hadden als gebuurs vader en zoons DEGROOTE. De familie DEGROOTE vertrok naar Westkapelle en werden opgevolgd door de familie DEMUYNCK-VERMEERSCH.

In het huis nr. 3 woonde de familie Eugeen DE VOS-Mathilde STEKELORUM en in nr. 4 Leopold VAN EECKE en Elisabeth VAN CLOOSTER.

Volgens een document van 1913 woonde Henri langs de Langedorpweg. Hij was de gebuur van de familie VANDEN BERGHE en van Leopold VAN EECKE. Eugeen DE VOS woonde Langedorpweg, Sectie D, huis nr 8. Deze kadastrale sectie ligt ten zuiden van de Langedorpweg, en zou dus de hofstede “De Grote Moerbeyerboom” moeten zijn, nl. het enig huis (hofstede) staande aan de zuidkant van voornoemde weg. --*3.

We weten waar Henri-2 vóór 1910 en na 1920 woonde, maar op welke hofstede Henri-2 woonde toen Langley SMITH neerstortte, was via de klassieke kanalen niet te bepalen, nog niet.

Bij het zoeken naar de oorlogsspoorweg die o.a. over de grondgebieden van Zuienkerke, Nieuwmunster en Houtave liep, vond ik een kaartje dat meteen duidelijkheid bracht waar Henri-2 woonde.

Grootgrondeigenaar Pieter SINAVE-GILLIODTS en de rechtsvoorgangers van het huidige OCMW-Brugge (alias dhospiezen) waren eigenaars van een lapje grond liggende in Houtave langs de Westernieuwweg Noord en vallende onder de kadastrale sectie A. Het nummer 38 behoorde toe aan Petrus SINAVE-GILLIODTS en 38bis behoorde toe aan dhospiezen. Op dit document werden een drietal pachters, van de hofstede toebehorende SINAVE-GILLIODTS, vermeld. Te weten:
-de weduwe SINAVE, periode 1887/1896,
-August VAN CLOOSTER, periode 1896/1914,
-Henri DEMUYNCK, periode 1914/1923.

Met Bavo 1924 werd het Klein Middelhof gepacht door Jérôme VAN EECKE, en verhuisde de familie DEMUYNCK-VERMEERSCH naar een andere hofstede langs de Westernieuwweg Noord, nl. naar nr. 5 waar anno 2017 de familie Herman KERCKHOF- Maria VERSYCK woont. Maria is de kleindochter van Henri en Emerentia.

In 1917, het jaar dat Langley verongelukte, woonde Henri DEMUYNCK-VERMEERSCH dus op de hofstede van Petrus SINAVE. Deze hofstede is beter gekend als het Klein Middelhof. Deze hofstede wordt anno 2017 bewoond door de familie Paul VAN EECKE-Christa STRUBBE.

Waar viel het vliegtuig ? (--*4)

Over de plaats waar het vliegtuig crashte is men het oneens. Op de sociale media en aanverwanten heeft iedereen zijn eigen visie:
-tijdens een poging om een vlucht van 16 Gotha bommenwerpers te onderscheppen brak er een vleugel van af…
-toen F.S. luitenant SMITH op zoek was naar GOTHA-4 bommenwerpers die Londen hadden aangevallen, brak zijn vliegtuig boven een Duits vliegveld te Vlissegem nabij Oostende en crashte…
-op 12 juni 1817, tijdens een poging om de vlucht van enkele Gotha G4 toestellen de onderscheppen, werd Langey gedood toen een vleugel van zijn Camel in de lucht afbrak en neerstortte… Volgens Duitse bronnen stortte Langley neer nadat zijn toestel op 13 juni 1917 middendoorbrak. Dit toen hij in conflict was met een Kaghol 3 bommenwerper die van Londen kwam…
-hij verloor domweg het leven toen hij op 13 juni 1917 de Duitse marine eenheden van het vliegveld Nieuwmunster (sic) zat uit te dagen door boven hun vliegveld te stuntvliegen. Zijn Camel begaf het hierbij echter en hij stortte neer op het vliegveld…
-op 13 juni 1917, rond 12 uur P.M., werd SMITH door het vierde Naval Squadron met zijn Sopwith Camel nr 6362 ingezet om 16 Gotha toestellen te onderscheppen. Helaas werd zijn toestel door het vijandelijk vuur getroffen waardoor zijn toestel neerplofte. Dit accident gebeurde circa 5 mijl ten noordwesten van Brugge-Oostende, dit volgens de Britse bronnen. In werkelijkheid was hij aan het stuntvliegen boven het Duits vliegveld liggende op het grondgebied van Vlissegem tot plotseling een van de vleugels afbrak en zijn toestel neerklapte op het vliegveld van Vlissegem. Het Duitse Marine personeel haastte zich naar de plaats van het ongeval en stelden vast dat de piloot reeds overleden was. SMITH werd te Houtave begraven en op zijn grafsteen staat zijn overlijdensdatum van 12 juni 1917, maar volgens andere overleed SMITH pas op 13 juni…

Nota: het vliegveld van Vlissegem lag langs de Oostendse baan, tussen Lepelem en Vijfwege, en ten westen en vlak naast de hofstede met de kinderopvang genaamd “De Drie Biggetjes”.

-het 4de Naval Squadron, uitgerust met de Sopwith Camel, trachtte een formatie Gotha-bommenwerpers die op de terugweg van Londen waren, nog boven Vlaanderen te bekampen. De Canadese lieutenant Langley F.W. SMITH verloor tijdens de interceptie een vleugel en stortte reddeloos naar omlaag, tussen Gent en Brugge. SMITH was nog maar sinds april 1917 operationeel in het 4de Naval Squadron. Hij behaalde in zijn korte carrière acht overwinningen, steeds met zijn Sopwith Pup N6168…--*5.
-op 13 juni 1917 deed het nieuws de ronde dat er vijandige bommenwerpers op weg naar Londen waren en dat men de luchtmacht ingezet had om de toestellen van de vijand te onderscheppen. De 19-jarige SMITH zou als een van de laatste de lucht ingegaan zijn maar werd echter door de rest van de formatie niet meer opgemerkt … in de omgeving van Zeebrugge werden er verscheiden vijandelijke toestellen richting Brugge teruggedreven. Op dit moment van terugdrijven zag men een donkergekleurd vliegtuig met een ontbrekende vleugel in en neerwaartse spiraal ten gronde stuiken. Het was het toestel van SMITH…
-volgens Mike O’CONNOR (--*6) vielen de Duitsers Londen aan op 13 juni 1917. Om de vijand te onderscheppen werden er voor deze raid voor het eerst de nieuwe Camels van het 4de Naval ingezet. SMITH was een van de laatste die de thuisbasis verliet. Bij deze patrouillevlucht merkten de piloten op dat SMITH niet bij hen was. Zonder SMITH dreef het 4de Naval eskadron de Duitsers richting Brugge. Rond 1200 zag men een donker gekleurd toestel met een afgebroken vleugel, al draaiend neerstorten. Men dacht dat het het toestel van SMITH was…

Sterfdatum van Langley

Op het grafsteen van Langley staat zijn overlijdensdatum, nl. 12 juli 1917. Maar is dat wel juist? Er zijn redenen genoeg om daaraan te twijfelen.

Langley stortte naar achter de vijandelijke linie. Het RNAS had geen zicht op wat er achter de linies gebeurde en moest dus voortgaan op “van horen zeggen”.

Ervaring leert dat ooggetuigenverslagen juister zijn dan “van horen zeggen”. Enige jaren terug, bij het passeren van de Ronde van Vlaanderen over grondgebied Houtave, was ik ooggetuige van een ongeval waarbij een neef van mij betrokken was. 's Anderendaags berichtte mijn krant over dit ongeval, een artikel van 4 lijntjes, met 1 fout per lijn. Het waren geen tik- of taalfouten zoals ik die af en toe eens maak, maar wel vier verkeerde weergaven van de feiten.

Het ooggetuigenverslag van E.H. CALMEYN, de lokale pastoor van Houtave, zal dus veel waarheidsgetrouwer zijn dan hetgeen dat het RNAS via via ter hore kwam. Gezien E.H. CALMEYN het lokaal oorlogsgebeuren van nabij volgde, dan mag men voor waarheid aannemen dat Langley gestorven is op woensdag 13 juni. De pastoor had de datum van overlijden zowel ingeschreven in zijn Liber Memorialis, als in het register van overlijdens.

Mike O’CONNOR (zie hiervoor) schreef in zijn versie dat op 13 juni 1917 men rond 12 uur van de middag een donker gekleurd toestel met een afgebroken vleugel, al draaiend zag neerstorten. En dat klopt met de tijdsnotatie van E.H. CALMEYN. Hij noteerde:
-neergestort op woensdag 13 juni 1917,
-rond 14 uur Duitse Tijd. En omgerekend naar lokale “Houtaafse” tijd was dat inderdaad eveneens 12 uur middag.
De opzoekingen die Mike O’CONNOR gedaan heeft zijn dus conform deze van E.H. CALMEYN.

Wat de juiste overlijdensdatum en plaats van neerstorten is, laat ik (voorlopig) in het midden, maar jarenlange ervaring leert dat, bvb. de oudste bronnen juister zijn dan de recentere. Zo zal bvb. een vermelding van een bepaald feit dat gebeurd is in bvb. 1800, en beschreven werd in bvb. 1810, dichter bij de waarheid liggen dan een afwijkende vermelding betreffende hetzelfde feit in bvb. 2000.

Bronnen betreffende lokale feiten zijn betrouwbaarder en juister dan niet lokale bronnen, welke bronnen nogal eens van een later datum zijn. Hetgeen de pastoor van Houtave noteerde zal dan ook het dichtst bij de waarheid liggen. Dus:

Langley Frank Willard SMITH overleed te Houtave op WOENSDAG 13 APRIL 1917.

De weiden Demuynck-Vermeersch

De landerijen die bij de hofstede Klein Middelhof behoorden, lagen deels in Vlissegem en deels in Houtave. Het land in Vlissegem was zaailand en is hier irrelevant. Van deze landerijen waren de hiernavolgende percelen, met de kadastrale gegevens, weiland:
-sectie A, nrs. 36, 37 & 38. Deze percelen lagen ten westen van de Westernieuwweg en paalden aan het Klein Middelhof,
-sectie A, nrs 479bis, 480, 533, 555 & 556. Deze percelen lagen tussen de Ooster- en Westernieuwweg, en ten noorden van de Beverlenksweg. Al deze percelen zijn op de twee onderstaande kaartjes terug te vinden.
-sectie B, nrs. 419, 420 & 432. Deze percelen behoorden tot het vliegveld dat de Duitsers “Flugplatz Neümunster” noemden en dat weliswaar volledig op grondgebied Houtave lag. Dit weiland paalde aan de baan Brugge-Wenduine en lag te midden van het vliegplein.

De weilanden in sectie B behoorden (eertijds) bij het Klein Middelhof, maar anno 1922 waren de drie percelen die in sectie B lagen, eigendom van baron LE BAILLY de Tilleghem.

Verder mag men niet vergeten dat, volgens de toenmalige gebruiken, men (meestal) een hofstede als volgt in gebruik nam:
-per 1 oktober de zaailanden,
-met Kertsmis de weilanden,
-per 1 mei daaropvolgend de gebouwen.
Het vee van Henri werd dus in april/mei 1915 naar de weiden gebracht, en toen was de oorlog reeds enkele maanden aan de gang en was men al gestart met het aanleggen van het vliegveld.

Enerzijds is het goed mogelijk dat Henri DEMUYNCK, naast het Klein Middelhof, nog andere weilanden aan andere eigenaars bijpachtte en daar hebben we geen zicht op waar in Houtave deze eventuele bijgepachte weilanden lagen. Maar de oorlogsdreiging nodigde niet uit om extra weiland bij te pachten.

Anderzijds was er in deze oorlogstijd de gedwongen levering van allerhande vee. Minder vee noodzaakte om minder weiland bij te pachten. Het is niet ondenkbaar dat Henri DEMUYNCK-VERMEERSCH enkel het Klein Middelhof in pacht had, en wanneer hij toch extra weiland zou bijgepacht hebben, dan is het meest logische dat dit weiland zo dicht mogelijk bij de boerderij lag.

Plaats van neerstorten

Wat vaststaat is dat het vliegtuig van Langley neergestort is op grondgebied Houtave, in een weide die door Henri VERMEERSCH-DEMUYNCK gebruikt werd. Bij een rondvraag aan enkele oudere inwoners van Houtave, bleek men niet meer te weten waar Langley gecrasht was. Voor sommigen was het graf van Langley zelfs onbekend !

De reeds eerder genoemde kadastrale gegevens kwamen uit de kadastrale leggers die circa 1834 opgemaakt werden, maar waren deze 80 jaar later nog relevant ? Want de hofstede zal nieuwe eigenaars gekregen hebben, hetzij door erfenis, hetzij door verkoop:

1. bij erfenis werden alle roerende en onroerende goederen naar waarde geschat, en volgens het aantal erfgenamen in gelijkwaardige kavels verdeeld, om daarna uitgeloot te worden. Om aan gelijkwaardige kavels te komen is het zeer goed mogelijk dat de onroerende goederen liggende in sectie A en B, bij een ander kavel ingedeeld werden.

2. wanneer men vroeger een hofstede, die bvb. uit 20 percelen bestond, verkocht, dan werd de hofstede in 20 loten opgesplitst en lot per lot ingesteld. Op de dag van de toeslag kon men bvb. 15 percelen samenvoegen en daarop een hoger bod uitbrengen. Bij een eventuele verkoop van het Klein Middelhof is het zeer goed mogelijk dat de hofstede opgesplitst verkocht werd.

3. volgens de notulen van de oorlogsrechtbanken van Brugge eiste de heer LE BAILLY de Tilleghem in 1922 schadevergoeding voor een kasteel in Sint-Michiels, voor zijn hofsteden in Gistel, Nieuwmunster en Zwevezele, voor schade geleden door het aanleggen van een vliegplein, voor schade aan weilanden in Houtave …

4. in dezelfde notulen werd de heer Petrus SINAVE (of erfgenamen) niet vermeld, m.a.w. Petrus had geen oorlogsschade geleden, en zeker geen schade geleden van eventuele weilanden vallende onder het vliegveld van Houtave.

Door het afbreken van een vleugel was het niet mogelijk om met het vliegtuig een noodlanding te maken. Het vliegtuig moet dus min of meer verticaal neergestort zijn.

Stunten boven het vliegveld van Vlissegem en één kilometer verder neerstorten op grondgebied Houtave, is niet reëel. Maar misschien had hij zijn stuntwerk boven het vliegveld van Vlissegem stopgezet en was hij op weg naar het vliegveld van Houtave om aldaar nogmaals de vijand uit te dagen, wie weet. Het Klein Middelhof lag tenslotte tussen beide vliegvelden in.

Harde bewijzen -zwart op wit- zijn (nog) niet gevonden, maar wat het meest met de werkelijkheid strookt is het neerstorten van Langley tussen de Oosternieuwweg Noord & de Westernieuwweg Noord & ten noorden van de Beverlenskweg op woensdag 13 juni 1917 om 12 uur middag grondgebied Houtave.

Langley’s onderscheidingen

Voor zijn heldendaden werd Langley vereremerkt met een drietal eretekens:
-het oorlogskruis,
-ridder in de kroonorde.
Deze vereremerkingen werden door de Belgische autoriteiten toegekend.

-het “Distinguished Service Cross”.
Deze vereremerking werd door het Brits Koninkrijk toegekend.

Het grafmonument.

Het sneuvelen van Langley werd in het thuisland niet vergeten. Voor het opmaken van het grafmonument, vooral wat betreft de tekst die op de steen moest komen, was er enige correspondentie. Zo was er o.a. een “Graves Registration Report” van 20 april 1920 en goedgekeurd op 11 april 1921. Dit rapport verving alle voorgaande rapporten. Langley werd er geregistreerd onder het nr 794. Volgens dit document was Langley gestorven op 12 juni 1917.

In twee bijbehorende documenten (model 1212/1E), stond de goedgekeurde tekst -in het rood genoteerd- die op het monument moest komen. Eveneens in het rood genoteerd stond het adres van zijn vader “F.W. SMITH Esq(uire), 1102 Davis street, Evanston Illinois, USA.” Dit adres werd geschrapt en vervangen door “…114, Fifth Avenue, Hardfort, USA”.

De goedgekeurde tekst die onderaan op het grafsteen moest komen was:
“BORN PHILIPSBURG, QUE. CANADA 15TH AUGUST 1897 GREATER LOVE HATH NO MAN THAN THIS”
of in het Nederlands:
“GEBOREN PHILIPSBURG QUE(BEC) CANADA, 15de AUGUSTUS 1897 GROTER LIEFDE HEEFT NIEMAND DAN DEZE”.

Het ander document bevatte de tekst die bovenaan op het grafmonument moest komen, met daaronder een kruis. Deze tekst was:
”FLIGHT SUB-LIEUTENANT LANGLEY F.W. SMITH DSC ROYAL NAVAL AIR SERVICE 12TH JUNI 1917”.

Het is wel zo dat op het grafmonument de ouderdom van Langley toegevoegd werd.

Met dank aan:

-Martine DE BREE & Gerard VANHOORENWEDER,
-Christa STRUBBE & Paul VAN EECKE,
-Michel BEIRENS,
-Rudy LAMS, Overpelt,
Roland Verté

Enkele bronnen:

Houtave, Kerkarchief, Liber Memorialis.
Houtave, Kerkarchief, register van overlijdens 1917.
RAB, R154, deel 21, f° 699.
Zuienkerke, Gemeentearchief Houtave, registers van de burgerlijke stand.

--*1 de oorlogsperiode 1914-18 uit het Liber Memorialis van Houtave, werd gedeeltelijk of geheel gepubliceerd in Kerk en Leven, parochie Houtave. Het nr. 38 van donderdag 4 oktober 1984 verhaalt hetgeen dat E.H. CALMEYN in het register van overlijdens ingeschreven had. In 1984 was E.H. GELDHOF pastoor te Houtave.

Tekst van Roland Verté