Commandobunker

Periode: WOII
Type: Onroerend erfgoed
Militair of Burger: Militair
Status: Beschermd
Datum registratie: 
31/01/2006
Datum gebeurtenis: 
1941
  • © Jean Dillen© Jean Dillen© Jean Dillen
  • © Archief Jean Dillen, 1994
Locatie: 
Reigershoek

Lokatie

Informatie via auteur Jean Dillen:
Zodra het vliegveld van Deurne voor de Luftwaffe operationeel werd, werd in de periode 1940-41 door de Duitsche Flugplatzverwaltung besloten om een commandobunker aan de rand van het vliegveld te bouwen (zie database, trefwoord Drakenhof). Het werd een afgeknotte kegelvormige constructie met slechts één kamer die uit één stuk was gegoten. De werkruimte is gelijkgronds maar de voet zit nog vijf meter diep in de grond. De muren zijn anderhalve meter dik en het gewicht wordt geraamd op 450 ton. In de kamer is op 2.7m hoogte een metalen vloer met een centraal toegangsgat gemaakt, waar een observator in een rond torentje met vier ‘Todtfronten’ een goed zicht had over de omgeving. Doel was om tijdens bombardementen het contact met de vliegtuigen te behouden. Daartoe zijn er in de betonnen wanden uitsparingen om radio-, telex- en telefoontoestellen te plaatsen. Verbazend genoeg zijn er drie ramen die samen met de deuren gasdicht afgesloten konden worden. Boven de ramen zijn massieve betonnen versterkingen om te beletten dat een bom het zwakke punt zou treffen. Alles is gericht op verticale verdediging. De toegang tot de bunker gaat via een T-vormige sluis die met een zware vergrendelbare deuren zijn afgesloten. De eerste ruimte is de batterijkamer waar enkele batterijen een stroomonderbreking moesten opvangen.

In dezelfde periode kwam op het schijnvliegveld van Wilrijk (Aartselaar) een vrijwel identiek exemplaar met als enig uitwendig verschil dat er geen ramen in zitten. Hij staat in een weide aan de ‘Groenenhoek’ (nu Reigershoek) nabij kasteel Klaverblad. Binnen ontbreekt de metalen verdieping en de uitsparingen voor de radio-telex en telefoontoestellen. Hij staat aan de rand van een weide en was met het schijnvliegveld bedoeld als lokaas (decoy) voor geallieerde vliegtuigen. Net zoals het Deurne exemplaar heeft hij nooit dienst gedaan voor wat hij bedoeld was.

Er zijn in de naoorlogse jaren heel wat plannen geweest om beide bunkers op te ruimen. Die van het Drakenhof overleefde enkel omdat hij slechts met springstof in brokken te blazen was en dat hij daarvoor te dicht bij het gebouw stond. Die in Wilrijk omdat hij niet in de weg staat en de springstofoplossing te duur was. Wel is er even overwogen om hem te laten wegzinken in de grond door met waterdruk het zand er onder weg te spuiten.